Houten molen van Rodenborg

Deze molen was gelegen aan de Rodeborgstraat en kwam oorspronkelijk van het Willibrordusveld te Antwerpen. Het was een korenwindmolen genaamd “den Nobel” die door erfenis eigendom was van het echtpaar Snels-Sergeysels.

Toen in 1851 de molen plaats moet ruimen voor infrastructuurwerken, deed het echtpaar een aanvraag bij zowel het Antwerpse stadsbestuur als bij het gemeentebestuur van Schoten om de molen te mogen verplaatsen van het Willibrordusveld naar de Rodeborgstraat te Schoten. In 1855 werd een huurovereenkomst getekend tussen enerzijds Dhr. Frans Sels en anderzijds Jan Van de Mierop voor de huur van de molen, molenhuis en een gedeelte land ten noorden van de molen voor een termijn van 6 jaar.

Jan Van de Mierop was molenaar en was afkomstig van Sint-Lenaerts. Niettegenstaande de molen “door onbekende omstandigheden nog niet maalvaardig” was, werd de molen met aanhorigheden toch verkocht aan Jan Van de Mierop in 1858. In 1874 vroeg hij de toestemming om zijn koestal te mogen vergroten en een nieuwe schuur en washuis te mogen plaatsen.

In 1920 werd de staakmolen afgebroken; het molenhuis heeft er nog langer gestaan en heeft nadien nog meerdere functies gehad. Het gezin Van de Mierop-Renders werd gezegend met 8 kinderen die allen ongehuwd bleven. Na het overlijden van Jan in 1894 bleven de kinderen in het molenhuis wonen en besloten in 1912 een groot en prachtig huis te bouwen aan de Paalstraat 101 waar ze confortabel konden rentenieren. De laatste telg uit deze molenaarsfamilie stierf in 1946 op 86-jarige leeftijd. Vele Schotenaren zullen Marie wellicht nog gekend hebben.

Van de molen zijn er zeer weinig afbeeldingen in ons bezit: slechts 1 foto en 1 schilderij. Toch wordt de molen vermeld in meerdere naslagwerken zoals “Molens van de Voorkempen en van Groot-Antwerpen” door Herman Holemans en P.J. Lemmens en “Historische molenvermeldingen in en om Antwerpen” door Georges Kockelberg.

 

Bronnen

Hugo Lambrechts Augustijns en Aloïs Vanleene: De molen van Rodenborg, Scot nr. 99 p. 98-072 tot 98-081

Aloïs Vanleene, In de schaduw van de houten molen, Scot nr. 93 p. 97-026 tot 97-030